Hemiksem, Mijn Huis Mijn Jonge Architect

Het project is gesitueerd binnen het ontwikkelingsplan “binnengebied heiligstraat – wijngelagweg – varenstraat”. De ontworpen woningen bevinden zich tussen een weefsel van bestaande rijwoningen en grotere in het groen vrijstaande volumes met appartementen. Door verder te bouwen aan de L-vormig geschakelde rijwoningen vervolledigd het project het gebouwenblok, dat de Varenvelden kadert.
Het ontwerp stelt een lange onderbroken plint voor die een duidelijke begrenzing en wand vormt langsheen het groene “hart” van de nieuwe wijk.
Door het voorzien van twee woningen en parkeerplaatsen voor bezoekers op het perceel “zone 1A”, op de kop van het L-vormige gebouwenblok treedt het project in rechtstreekse dialoog met de bestaande rijwoningen. Niet alleen het project, maar de volledige stedenbouwkundige ontwikkeling van de nieuwe wijk krijgt hierdoor een zichtbaarheid vanaf de Varenstraat en verankert de wijk in de bredere omgeving.

Om op een realistische wijze te anticiperen op wijzigende gezinsstructuren en woonwensen worden twee woningen met verschillende gevelbreedte ontworpen met een maximale flexibiliteit en aanpasbaarheid.
Vertrekkende van een basisentiteit kan woning A door middel van een uitbreiding variëren tussen woningtype 2/4 en woningtype 4/6. Woning B is als basis een woningtype 3/5 en kan worden uitgebreid tot en met woningtype 5/8. Beide woningen omarmen in die zien een belangrijk deel van de door de VMSW gedefinieerde woningtypes.
Het plan van beide woningen is georganiseerd en erop voorzien om vanaf de basisentiteit verticaal uit te breiden. Deze opzet biedt een alternatief voor de typische horizontale uitbreidingen aan achtergevels, welke in belangrijke mate de vrije ruimte van de tuin en de lichtinval in de bestaande woning beperken.

Naar aanleiding van de stedenbouwkundige opzet met garages aan de achterzijde doen zowel de voordeur als de achterdeur dienst als toegang tot de woning en vormen in die zin een alternatief voor het archetype van de Vlaamse woning met een tweede informelere toegang langs de achterdeur.
Als articulatie in de plint, bestaande uit geschakelde woningen, is de inkomdeur aan beide zijden beperkt terugliggend. Hierdoor krijgen de woningen een individuele herkenbaarheid en ontstaan nissen die bescherming bieden tegen regen.
Om de kwaliteit van de verschillende verblijfsruimten in de woningen te maximaliseren zijn de nevenfuncties en circulatieruimte gegroepeerd in een service-strip langs de scheimuur. De strip doet tevens dienst als akoestische scheiding tussen de woningen.
De trap naar de nachtzone, gelegen in de service-strip, staat als een slakkenhuis in rechtstreekse verbinding met de dagzone van de woning. Door zijn centrale positie tussen voor- en achtergevel is de bereikbaarheid vanaf beide gevels gelijk. Om zowel de leefruimte als de trap duidelijk te definiëren is de eerste trede gelegen in het vlak van de wand die de service-strip begrensd.

Boven de trap tussen het gelijkvloers en de eerste verdieping is reeds in de basisentiteit een daklicht voorzien. Naast een grote natuurlijke lichtinval maakt het daklicht een uitbreiding op het platte dak met beperkte middelen mogelijk. De vrij te ontwerpen woninguitbreidingen op de plint versterken de individuele identiteit van zowel de woningen als de bewoners. De verankering tussen de woningen en hun gebruikers vormen een goede basis voor een versterkte sociale cohesie in de wijk.
De geschakelde woningen vormen een plint met een evenwicht tussen de individuele woningen en het blok in zijn geheel. De draagstructuur van de woningen is zichtbaar middels de betonnen kolommen en balken waardoor de afzonderlijke woningen leesbaar zijn. De structuur wordt ingevuld met bakstenen in drie verschillende kleurtinten en lichthouten ramen. De houten inkomdeur en afwerking in de nis vormen een warme voering van de entree.
Het betonnen kader van de woning vormt een verhoogde sokkel voor de dagzone van de woning die 36 centimeter boven het maaiveld ligt. Er ontstaat op die wijze een subtiele scheiding tussen de publieke (straat) en private (woonkamer) ruimte, met een versterkte sociale controle van het groene “hart”.

Het project is ontwikkeld in samenwerking met Kaderstudio (Stijn Elsen & Simone Valerio) en is bekroond met een tweede plaats bij de wedstrijd Mijn Huis Mijn Jonge Architect 2012 georganiseerde door de VMSW (Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen).